SVG wordt niet door uw browser ondersteundPersoonsvolgende Zorg

Eindejaarsbijeenkomst 2018 Zuid Limburg

Zorgorganisaties zijn zich meer bewust van positie van de cliënt

Een terras waar de serveerster je het gevoel geeft dat je echt welkom bent. Waar ze goede rosé schenken, de perfecte salade op tafel zetten en er lekkere mayonaise bij uitserveren, als je daar om vraagt. Het lijkt veel op persoonsvolgende zorg, met één belangrijk verschil: als de bediening op een terras niet aan je verwachtingen voldoet, ga je een volgende keer naar een ander terras. Maar van zorginstelling wisselen, is veel lastiger. Daarom werken zorgorganisaties in Zuid-Limburg samen: om cliënten te ondersteunen bij het vinden van het ‘perfecte terras’ en dat met elkaar te creëren. Op maandag 12 november maakten ze na twee jaar experimenteren samen de balans op.

Dat gebeurde tijdens een goedbezochte bijeenkomst in Geleen, op een van de negen locaties van zorgorganisatie Vivantes. Projectleider Herre van Kaam van het experiment Persoonsvolgende zorg in Zuid-Limburg opende de bijeenkomst met de metafoor van het terrasje: een kort filmpje van cabaretier Lebbis, die het bovenstaande ‘perfecte terrasje’ beschrijft. En die zijn sketch eindigt met de constatering dat dergelijke terrasjes in Nederland niet bestaan. Maar die bestaan natuurlijk wel, net zoals er hele goede zorgorganisaties zijn, concludeerde Herre van Kaam. “In deze regio zijn veel organisaties bezig om hele diverse ‘terrasjes’ aan te bieden en om mensen te helpen die te vinden.” Zo ging dit voorjaar de Parkstad Zorgwijzer van start, een initiatief van drie zorginstellingen in deze regio met als doel: zorgvragers wegwijs maken in het zorglandschap en hen helpen om de zorg te vinden die bij hen past. En de aanbieders inspireerden elkaar op verschillende bijeenkomsten met voorbeelden van hoe persoonsvolgende zorg eruit ziet. Toch is het niet eenvoudig, zo blijkt ook uit het verhaal van Vivantes.

Veranderen in de praktijk

Persoonsvolgende zorg, dat klinkt eenvoudiger dan het is, constateerde Karin Veltstra, bestuurder van Vivantes. “Wij hebben er voor gekozen om medewerkers zelf te laten ontdekken wat persoonsvolgende zorg inhoudt en hoe we dat willen vormgeven”, vertelde zij. Dat doet Vivantes in veranderteams onder begeleiding van Jeanny Engels van kenniscentrum Vilans. Medewerkers stellen regelmatig de vraag: persoonsvolgende zorg, dat doen we toch al? Om die reden liet Vivantes een filmpje maken dat ingaat op vragen als: wat verwachten we als het om persoonsvolgende zorg gaat en wat vraagt dat dan van jou en je team? Redeneren vanuit de behoefte van de cliënt, zowel op psychisch als fysiek gebied, is wezenlijk voor persoonsvolgende zorg. Maar ook: de keuzes die je hierin als medewerker maakt kunnen beargumenteren en verantwoorden, zowel aan de cliënt en mantelzorger als aan collega’s. “Dat is niet eenvoudig, maar als medewerker sta je er niet alleen voor. Wat we in de praktijk zien, is dat mensen van elkaar leren en het samen bespreken van cliënten je aan het denken zet”, vertelde Karin Veltstra. Bovendien heeft Vivantes verpleegkundigen ouderenzorg die de teams coachen; medewerkers kunnen hen consulteren. “De verpleegkundige ouderenzorg denkt met je mee over de vraag wat je kunt doen voor de cliënt.” Inmiddels hebben alle teams een plan voor persoonsvolgende zorg en gaan ze dit uitvoeren. Vivantes neemt de ondersteunende diensten, zoals ICT en Financiën en Control, mee in dit veranderproces. “Want persoonsvolgende zorg heeft gevolgen voor de manier waarop deze diensten hun processen inrichten. Vaak zijn die processen bedacht vanuit het vakgebied. Nu luidt de vraag: hoe kun je de zorg maximaal ondersteunen, redenerend vanuit die cliënt.” Inmiddels is dit voor alle ondersteunende diensten ingevuld en is vastgelegd waar maatwerk mogelijk is en welke processen standaard geregeld worden. Een goed voorbeeld vormt de keuze om maaltijden decentraler en meer flexibel te regelen, zodat beter kan worden ingespeeld op behoeften van cliënten. De ondersteunende diensten spelen hier een cruciale rol in.

Discussie over stellingen

Mooi om een verhaal uit de praktijk te horen, vond Herre van Kaam. Hij nodigde de aanwezigen vervolgens uit om met hun mobiel te reageren op een aantal stellingen over persoonsvolgende zorg. Een handige manier om de stand van zaken in Zuid-Limburg te peilen, bleek al snel. Zo staan organisaties nu bewuster stil bij de positie van de cliënt en lijkt het er op dat die cliënt in veel gevallen eerder op de juiste plek terecht komt. Het merendeel van de aanwezigen vond dat cliënten tegenwoordig bovendien meer te kiezen hebben. Maar zelf de weg vinden in het aanbod, is nog altijd lastig voor veel cliënten: het merendeel heeft daar hulp bij nodig. En die hulp, zo werd in de zaal benadrukt, moet cliënten ondersteunen in het zelf maken van een keuze. Onafhankelijke cliëntondersteuners kunnen daar een rol in spelen, maar dat is niet altijd nodig: mantelzorgers voelen vaak heel goed aan wat de cliënt graag wil. De discussie maakte verder duidelijk dat zorgorganisaties er naar streven zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de wensen en behoeften van cliënten. Met de nadruk op “zoveel als mogelijk”, want regelgeving en kosten kunnen belemmerend werken. In vergelijking met twee jaar geleden hebben cliënten nu wel meer invloed op wat zij krijgen, oordeelde twee derde van de aanwezigen. “Daar staat tegenover dat er mensen zijn die thuiszorg krijgen, terwijl ze liever naar een verzorgingshuis zouden gaan. Maar wat zij willen, bestaat niet meer”, klonk het in de zaal. Een goed voorbeeld van een “onvervulde vraag”, oordeelde Herre van Kaam.

Bekijk hier het resultaat van alle stellingen.

De dialoogtafel

Die ‘onvervulde vraag’ was ook een van de drie thema’s waar een deel van de aanwezigen aansluitend aan een dialoogtafel met elkaar over in discussie ging. De deelnemers aan de twee andere dialoogtafels spraken samen over onafhankelijke cliëntondersteuning en 2019. En al verschilden de thema’s, het onderwerp zorgval kwam aan meerdere tafels terug. Het gaat dan om mensen met een Wlz-indicatie (Wet langdurige zorg) die nog thuis wonen. Vanaf het moment dat zij een Wlz-indicatie hebben, vallen ze onder de Wlz-zorg. Daardoor vervalt onder andere de aanspraak op zorg in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), zoals de huishoudelijke hulp. Ook moeten mensen een eigen bijdrage gaan betalen. Hoewel hun zorgvraag dus toeneemt, krijgen ze minder zorg. Dat is onlogisch, oordeelde minister Hugo de Jonge (VWS) eerder dit jaar. Daarom kunnen ouderen met Wlz-zorg die nog thuis wonen sinds 1 juli van dit jaar extra zorg ontvangen. Tijdens de discussies bleek dat meerdere organisaties de situatie herkennen. Zij constateren dat de getroffen maatregelen voor extra zorg nog altijd niet toereikend zijn. Ook een Volledig Pakket Thuis (VPT) voor mensen met een Wlz-indicatie biedt niet altijd een oplossing. Want er zijn regio’s, zoals de Westelijke Mijnstreek, waar dit pakket nog niet aangeboden wordt. Of de huishoudelijke hulp ontbreekt in het VPT, terwijl mensen die hulp wel nodig hebben.

Slotronde

De zorgval, zo bleek tijdens een gezamenlijke reflectie in de slotronde, blijft een ingewikkeld vraagstuk waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat. En dat geldt ook voor het vraagstuk van een goede informatievoorziening, zo viel te beluisteren. Voor beide vraagstukken geldt wel dat de oplossing dichterbij komt als partijen (nog) meer gaan samenwerken. Om die reden is het belangrijk dat zij elkaar goed kennen, was de conclusie aan een van de dialoogtafels. En dat is precies waar bijeenkomsten als deze, met vertegenwoordigers van zorgorganisaties, zorgkantoren en gemeenten, aan bijdragen. Goed nieuws dus dat het programma persoonsvolgende zorg in Zuid-Limburg in 2019 wordt voortgezet.

Tekst Karin Burhenne


Geplaatst op: 20 november 2018
Laatst gewijzigd op: 20 november 2018