SVG wordt niet door uw browser ondersteundPersoonsvolgende Zorg

Het WLZ-lab door Pameijer

Het experiment

Op 1 januari 2017 is het experiment Persoonsvolgende bekostiging in de WLZ van start gegaan. Het experiment heeft een looptijd van twee jaar en wordt geleid door Corine Boer. De experimenteerregio is Rotterdam-Capelle-Krimpen. Pameijer is, zoals alle WLZ-aanbieders binnen de regio, een van de deelnemers.

De bedoeling van het experiment is schijnbaar simpel. Cliënten met een WLZ-indicatie kiezen niet alleen hun eigen zorgaanbieder, maar in principe ook hun eigen dienstverlening. Alle geleverde WLZ- zorg wordt vergoed tegen een vast tarief, ongehinderd door prestatieafspraken of productieplafonds. Dit laatste geldt gedurende de looptijd van het experiment voor alle cliënten met een WLZ-indicatie. Maar met het zelf kiezen van de dienstverlening wordt een begin gemaakt voor cliënten met een nieuwe indicatie. Dat zijn er in de experimenteerregio ca. 150 per jaar. In een latere fase kan het experiment over cliënten met een bestaande indicatie worden uitgebreid.

Wat doet Pameijer?

We willen beginnen met drie tot vijf cliënten met een nieuwe WLZ-indicatie. De uitdaging is zoveel mogelijk tegemoet te komen aan hun wensen. Niet ons aanbod is leidend, maar de wensen die de cliënt formuleert. Inclusief voorkeuren voor een woonvorm, voor een buurt of omgeving, voor een bepaald soort werk; en in principe ook: voor de plaats, de tijd en de vorm waarin de diensten worden geleverd. Dit alles binnen de grenzen van het mogelijke. We spannen ons bovendien in om diensten die we niet zelf kunnen leveren, van andere partijen te betrekken.

Aan het experiment zijn (voor de hele regio) vijf onafhankelijke cliëntondersteuners verbonden die de cliënt helpen zijn wensen te formuleren. Een kleine groep medewerkers van Pameijer gaat met die wensen aan de slag. Zij stellen een arrangement samen dat volledig uit maatwerk bestaat. Niet alleen met ondersteuning op alle mogelijke gebieden, maar ook met ondersteuning in de gewenste vorm, op de gewenste tijd en plaats. We noemen deze groep medewerkers: het WLZ-lab.

Het WLZ-lab

Het WLZ-lab telt een arrangeur en een gedragsdeskundige die adviseert over complexere ondersteuningsbehoeften (inclusief behandeling). Verdere leden zijn:

  • een oliemannetje (M/V) dat tot taak heeft de benodigde ruimte te maken in de lijn – en waar nodig bij ondersteunende afdelingen – voor levering van de gewenste diensten in de gewenste vorm, met name wanneer daarvoor extra inspanningen nodig zijn;
  • een ervaringsdeskundige VG, om het lab te kunnen adviseren vanuit cliëntperspectief en de cliënt te kunnen bijstaan als peer consultant.

Verder is een projectleider van O&O betrokken om antwoord te geven op onderzoeksvragen (van onszelf; desgewenst ook vanuit het centrale experiment) en te schakelen met productontwikkelaars (wanneer blijkt dat nieuwe diensten nodig zijn, of bestaande diensten bijstelling behoeven om flexibeler ingezet te kunnen worden).

Nadat de eerste drie tot vijf cliënten een arrangement hebben gekregen, evalueert het lab zijn werkwijze. Daarna gaan we verder. We kunnen tot eind 2018 enkele tientallen cliënten bedienen met een nieuwe indicatie. Wordt het experiment over cliënten met een bestaande indicatie uitgebreid, dan moeten we werken aan schaalvergroting. De praktijk van het lab dient dan als basis.

Onderzoeksvragen

Hoe het centrale onderzoek eruitziet dat aan het experiment wordt verbonden, is vooralsnog onduidelijk. Dat belet ons niet vragen te formuleren voor onze eigen pilot. Aan de hand waarvan evalueert het lab zijn werkwijze? Wanneer kunnen we spreken van een succes?

Vragen die in dit verband worden gesteld:

  • Wijkt de samenstelling van arrangementen af van wat we gewoonlijk doen? Komt het uiteindelijk op hetzelfde neer, of is er een toegevoegde waarde? Waar zit hem dat in?
  • In hoeverre komt ons portfolio tegemoet aan de wensen van de cliënten? Hoe vaak moeten we een beroep doen op externe partijen – en lukt dat dan ook tijdig?
  • Welke aanpassingen in productinhoud of uitvoeringspraktijk blijken nodig te zijn om de cliënt te geven wat hij vraagt? Zijn die aanpassingen uitvoerbaar?
  • Als we aan de voordeur beter rekening houden met de wensen van de cliënt, gebeurt dan in de uitvoering hetzelfde – of is het daar na verloop van tijd business as usual?
  • Zijn de cliënten uit het experiment significant tevredener dan andere cliënten met een WLZ- indicatie?
  • Kunnen we de praktijk van het lab over alle cliënten uitbreiden zonder dat dit ondoenlijk wordt (omdat we niet altijd met ieders voorkeuren rekening kunnen houden) of onbetaalbaar (vanwege de extra tijd en inspanning die het kost)?

Risico’s

Aan de pilot zijn de volgende risico’s verbonden:

  • Voor cliënten met een nieuwe indicatie doen we een extra inspanning. Feitelijk worden ze bevoorrecht. Dat kan gaan steken bij andere cliënten. Dit risico wordt nog groter als we de tevredenheid van de cliënten (verondersteld dat die er is) publicitair zouden benutten.  We kunnen gemakkelijk in de verleiding komen hemel en aarde te bewegen om de weinige cliënten met wie we beginnen, in alles hun zin te geven. We komen dan des te eerder in de situatie terecht dat we de praktijk van het lab onmogelijk over alle cliënten kunnen uitbreiden.
  • We kunnen ook in de verleiding komen de cliënten uit het experiment voorrang te geven op de wachtlijst. Dat zou niet slim zijn. We weten immers zeker dat we nooit alle cliënten voorrang kunnen geven op elkaar.

Meer weten


Geplaatst op: 10 juli 2017
Laatst gewijzigd op: 10 juli 2017